Delen vinden we super lief

Je staat bij de bakker in Frankrijk en wilt een stokbrood bestellen. Of je probeert in Italië uit te leggen dat je pizza echt zonder ui mag. Op zulke momenten merk je pas hoe handig het is als je een paar woorden van de taal spreekt. Toch blijkt dat lang niet vanzelfsprekend.

Uit onderzoek van Wegenvignetten.nl, onder ruim duizend Nederlanders, blijkt dat bijna iedereen zich prima redt in het Engels. Maar zodra Engels geen optie meer is, wordt het een stuk lastiger. Duits lukt nog bij iets meer dan de helft van de Nederlanders. Frans, Spaans en Italiaans blijken voor de meesten een flinke uitdaging.

Duits blijft een voorsprong

Na Engels is Duits de taal waarin Nederlanders zich het beste redden. Vooral zestigplussers scoren hoog. Ruim zeven op de tien geeft aan voldoende Duits te spreken om zich op vakantie verstaanbaar te maken. Bij twintigers en dertigers is dat nog maar ongeveer een derde.

Dat verschil is niet zo gek aangezien oudere generaties op school vaak meer Duits kregen en gebruikten de taal ook vaker tijdens vakanties of op het werk. Wie de taal regelmatig hoort of spreekt, onthoudt nu eenmaal meer.

Frankrijk blijft populair, Frans niet

Opvallend is dat juist Frankrijk, al jaren een van de favoriete vakantiebestemmingen van Nederlanders, voor veel mensen taalkundig een uitdaging blijft. Slechts één op de acht Nederlanders zegt zich goed te kunnen redden in het Frans.

In Spanje spreekt ongeveer één op de twaalf voldoende Spaans en Italiaans bungelt helemaal onderaan de lijst. Slechts drie procent van de Nederlanders kan zich daar zonder moeite verstaanbaar maken. Dan is het toch fijn als de ober of receptionist een woordje Engels spreekt.

zeilkamp, reiskriebels, vakantiekamp

Grensprovincies hebben een streepje voor

Waar je woont, maakt ook verschil. Limburgers spreken veruit het vaakst Duits. Meer dan driekwart redt zich goed over de grens. Ook inwoners van Overijssel en Groningen scoren hoog. Toch een klein voordeelpakken een meisje uit het oosten te zijn. In Zeeland valt juist de kennis van het Frans op. Door de ligging en de vele Belgische en Franse bezoekers komen inwoners daar vaker met de taal in aanraking.

Een goede reden om op school toch op te letten

Misschien denk je als scholier dat Franse werkwoorden of Duitse naamvallen later nooit meer van pas komen. Tot je op een Franse camping staat waar niemand Engels spreekt of in een Italiaans restaurant een allergie moet uitleggen.

Een vreemde taal leren draait niet alleen om een goed cijfer halen. Het geeft vrijheid. Je kunt makkelijker een gesprek voeren, de weg vragen, boodschappen doen of net dat verborgen restaurantje ontdekken waar geen Engelse menukaart ligt. Bovendien waarderen veel locals het enorm als je de moeite neemt om hun taal te spreken, al is het maar met een paar eenvoudige zinnen.

Ook voor kinderen is dat een mooie les. Wie op vakantie een paar woorden Frans, Duits of Spaans durft te gebruiken, merkt al snel dat er deuren opengaan. Niet omdat het perfect hoeft, maar omdat je laat zien dat je interesse hebt in het land en de mensen.

De conclusie is dan ook simpel. Engels brengt je vaak een heel eind, maar een paar basiszinnen in de taal van je vakantieland maken je reis nét een stuk makkelijker én leuker. Soms blijken die lessen van vroeger toch verrassend waardevol.

Olivette

Volg je ons als op Facebook | Tiktok |Instagram | Pinterest | Youtube We vinden het superleuk als je een berichtje achterlaat


Delen vinden we super lief